Dinsdag las u in deze krant over Lenie Wichhart. Ze werkt bij wat vroeger de gemeentereiniging heette. Haar werkterrein is de omgeving van de Rijnkade. Zwerfvuil zul je daar niet aantreffen. Het werkethos van mevrouw Wichhart is ongekend. Ze zegt: ‘Ik wil altijd opruimen.’ Op vakantie kijkt ze of de afvalbakken wel zijn geleegd.
Toen ik woensdag op de tribune zat bij Vitesse – FC Groningen dacht ik aan Lenie Wichhart. Zoals zij jaagt op het vuil langs de Rijnkade, zo had ik de spelers van Vitesse graag achter de bal aan zien rennen. Niet dus. Ze sjokten ongeïnspireerd over het veld. Ze verloren de bal en haalden hun schouders erover op. Het werd 1-5 voor Groningen.
Toen spits Kaloglu zich weer verstopte achter de rug van zijn tegenstander, fantaseerde ik dat hij op vakantie was en, net zoals Lenie Wichhart dan de afvalbakken controleert, de ongekende drang voelt het veld van de plaatselijke voetbalclub op te zoeken. Aan de rand van het zwembad zegt hij tegen zijn vrouw: ‘Luister, ik moet even weg.’ Een taxichauffeur zet hem af. Kaloglu snuift de geur van het gras op. Essentiële vragen komen in hem boven. Kan ik de pinnen hier aan? Hoe zit het met de lengte van het gras? Nee, een onwaarschijnlijk verhaal voor een spits die constant kopduels uit de weg gaat.
Toen ik na de ontluisterende nederlaag het Gelredome uitliep kwam het volgende beeld tot mij. Lenie Wichhart deelt hesjes uit. Alle spelers krijgen een prikker. Lenie zegt: ‘Vergeet de sigarettenpeuken niet.’ Dan lopen ze - Lenie voorop - allen het Jacob Groenewoud plantsoen over. Ze ziet er op toe dat niets blijft liggen. Nicky Hofs bukt voor een leeg colablikje. Stevanovic haalt een stuk plastic uit de struiken.Ik ontwaakte uit de droom doordat ik ergens tegenaan liep. Het was de Porsche Cayenne van Piet Velthuizen.
(column De Gelderlander 31-10-2009)