De helse rit duurde 20 minuten. De dokter liet mij wachten, een oud vrouwtje met ‘iets aan haar vinger’ kreeg voorrang, ('spoedgeval'). Om het allemaal wat dikker aan te zetten zei ze ten overstaan van de hele wachtkamer tegen haar kleinzoon: Ga thuis in de deurpost kijken of het topje van mijn vinger daar nog ligt.
De dokter besloot met de vrouw op de vingertop te gaan zitten wachten terwijl ik hard op weg was mijn oog te verliezen. Hij brandde als de hel. De pijn was ondragelijk. Ik raakte in een soort van comateuze toestand (van de pijn).
In een visioen verscheen Frans Bauer tot mij. Hij ging voor me zingen (hij zingt toch vaker voor zieken en verzwakten. Geestelijk gehandicapten schijnen bij hem kind aan huis te zijn). Hij begon enthousiast te doen, met zijn arm te zwaaien, wat al te zwierig, een uitgestoken vinger belande in mijn oog. Het was met een dodelijke bacterie besmet (genesteld in het vuil onder de nagelrand). De bacterie vrat zich een weg door mijn oogbol en sloeg vanaf daar door naar de hersenen. De bacterie zou me binnen twee dagen van de dorst laten sterven (je lust ineens geen drinken meer).
Ik droogde helemaal uit, slechts een infuus kon nog redding brengen, daar kwam de zuster (ik lag natuurlijk al in het ziekenhuis). Het was Marianne Weber. Terwijl zij een lied zong voor haar lesbische vriendin ('Geef mijn vredesduif toch eens een kusje') legde zij een infuus aan op mijn arm. Het deed wonderen. Met name met mijn stembanden.
Ik begon mee te zingen met Marianne Weber, het werd een schitterend duet, we liepen het ziekenhuis uit, mensen sloten zich achter ons aan, het monde uit in schitterend meerstemmig koorgezang. We liepen al zingend in een indrukwekkende optocht naar het ministerie van Financiën te Den Haag. Met duizenden waren we nu.
Wouter Bos hing met zijn hoofd uit het raam. Het lied ging nu niet meer over de lesbische vriendin van Marianne Weber maar over de crisis. We keken op naar Wouter Bos. Hij was ineens veranderd in Barack Obama. Hij hield een speech, de crisis was nu opgelost, de banken waren onze vrienden, ze zouden ons geld geven zoveel als wij wilden. Een immens gejuich barste los. Wij vielen elkaar huilend in de armen. Ik dacht na over wat ik zou aanschaffen met het, mij door de banken aangereikte vermogen.
Toen riep de dokter mijn naam. Ik was aan de beurt. Hij zag de ernst er wel van in. Ik kreeg een oogzalf en diende mij binnen 24 uur weer voor nadere observatie ter beschikking te stellen.
Op de fiets terug trachtte ik er het beste van te maken. Eenmaal dreigde ik de struiken in te fietsen. Het zou ook een geparkeerde auto kunnen zijn. Ik stuurde er nog net langs op. Ik ben toch nog goed thuisgekomen. De genezing van het oog verloopt voorspoedig. Vandaag kon ik voor het eerst weer mijn lenzen in.
Leuk en grappig verhaal! Kunnen we de schade aan de auto meteen verrekenen?
Geplaatst door: Quallekop | 9 oktober 2009 om 11:13
Tracht je nu schade aan je auto vergoed te krijgen over de rug van een invalide? Dat nooit.
Geplaatst door: Maeb | 9 oktober 2009 om 11:47