De herfstwind stond tegen bij het fietsen. Ik moest ook nog eens de Pleybrug op. Ik deed het rustig aan. Als schrijver moet je voorzichtig zijn met het leveren van lichamelijke inspanning. Voor je het weet eist het opfietsen van een brug al je aandacht op. De dingen die om je heen gebeuren gaan aan je voorbij. Je komt thuis en hebt niets om over te schrijven. Bovendien veraangenaamt een voortdurende oplettendheid het fietsen. Er is toch altijd wel iets opvallends te zien. Voorbij de Pleybrug bijvoorbeeld, ik fietste net de Schaapdijk op, stuitte ik op iets bijzonders. Een vrouw was onder het wandelen een boek aan het lezen. Het was een roman. De titel ontging mij. Jammer, het moet een aanrader zijn geweest. Ze kreeg het boek maar niet weggelegd.
Na de vrouw die al lopende las, kwam ik niets meer tegen dat het beschrijven waard was. In de verte rookte de vuilverbrander te Duiven. Aan mijn linkerhand keek ik uit over businesspark IJsseloord 2. Ik gaapte even. Niets spannends aan. Vroeger was dat anders. Er lag daar een autokerkhof. We fietsten er vanuit Zuid wel eens naar toe. Dan klommen we over het hek en deden alsof we konden autorijden. Totdat we de eigenaar over het kerkhof hoorden bulderen. Ook gingen er verhalen over een verwilderde hond die los liep.
Het autokerkhof is inmiddels opgeruimd. Het past niet meer bij deze tijd. Tegenwoordig houdt men meer van netjes. Oprah Winfrey predikt het opruimen op de televisie. Je ziet het ook terug in de stad. Braakliggend terrein, dat kan niet meer. Ze geven het snel een bestemming. Dan verrijzen er nieuwbouwwoningen met aangeharkte tuintjes of strakke kantoorunits met spiegelende ramen.Bij thuiskomst bleek mijn bureau gelukkig nog steeds een bende. Het lag vol met krantenknipsels, stapels boeken, verfrommeld papier, lege koffiekopjes. En een vergeten blauwe envelop. Ze willen geld zien.
(column De Gelderlander 17-10-2009)
Reacties