Te A. bezorgde ik het magazine hoogstpersoonlijk tot aan de voordeur. Als ik tenminste je brievenbus kon vinden.
Enfin, dat bezorgen, ik dacht het binnen anderhalf uur wel gedaan te krijgen, maar mijn gebrekkig realiteitszin liet zich weer eens van zijn genadeloze kant zien. Het duurde alles bij elkaar de hele middag.
Voorts had ik mij die ochtend slechts toebedeeld met een piekbol mozzarella waarvan de energiewaarde in geen verhouding stond met de inspanning die ik die middag moest leveren.
Och nee. Dit lijkt weer uit te draaien op zelfbeklag. Wederom een verhaal over vermoeidheid, uitputting, zuchtjes en steuntjes, zelfs een kreuntje hier en daar. Het schrijvertje heeft eens een eind gefietst. Hij levert eens een inspanning die het typen van woorden te boven gaat! Dat schrijvertje met zijn zachte handjes waar nog geen stukje eelt op te vinden is zodat hij direct nivea smeren moet als hij zijn boodschappentas met meer dan twee pakken biologische yoghurt heeft gevuld.
Nee goed dan. Ik zal niet klagen. En ik heb best wel wat eelt op mijn handen (onder mijn vingertoppen). Nu dan dat fietsen. Laat ik zeggen dat het fijn was. Er woei een briesje dat het zweet van mijn voorhoofd blies. Na dagen van regen scheen de zon alsof hij iets goed te maken had. De route bracht mij langs parken en bossen, over bruggen en heuvels (waarop ik mijn overdaad aan energie kon wegtrappen).
Abonnees zwaaiden mij gedag. Sommigen maakten zelfs een praatje. Het viel zeker nog niet mee om als schrijver nog een inkomen te verwerven in deze tijden! Neen zei ik. Iedereen zit op zijn geld! Maar wij redden ons wel! Waarop ik weer op mijn fiets sprong op weg naar de volgende brievenbus. (Eenmaal werd ik, toen ik wat al te wild op mijn fiets sprong, bijna overreden door een vuilniswagen.)
Op een gegeven moment raakte ik de weg kwijt. Ik reed een onverhard pad op waarvan ik niet wist waar het heen leidde. Ik kwam uit in Het Dorp. Je weet wel, van Mies Bouwman. Waar alleen maar gehandicapten wonen. Het was er lang niet ongezellig. Er was een supermarkt en een kapper (Happy Hair) een winkel met boeken tegen bodemprijzen (op is op) en een dorpshuis dat De Sleutel heette.
Uiteindelijk wist ik de weg naar huis wel weer te vinden.
Reacties