Vanmorgen was het weer een soort Russische roulette waarbij je mag hopen op blauwe lucht en zonnestralen maar je evenzogoed overvallen kan worden door gure wind en slagregens.
Desondanks trok ik er op uit voor een kleine wandeling.
Ik vestigde alle hoop op mijn paraplu. Het is een behoorlijk stevig ding dat ik in bruikleen heb van hotel Krasnapolsky te A.
Onderweg nam mijn scherpe oog een berg gesnoeide takken van de rode kornoelje waar. Het deed me denken aan mijn studententijd toen ik aan de Kornoeljestraat te G. een kamer bewoonde. Daar kon het weer ook flink te keer gaan. Van de dode kornoeljetakken keek ik op naar de hemel. Donkere wolken doemden op uit het westen.
Even verder liep ik de Boterbloemstraat in. Vrijwel alle ramen waren met houten planken dichtgespijkerd. Kunstenaars hadden ze beschilderd. Om de Boterbloemstraat wat op te fleuren. Er hing ook een grote portretfoto van een peuter. Hij lachte alsof de fotograaf hem chanteerde met snoep.
Op het einde van de straat stonden drie bestelbussen. Ik herkende die van het kringloopcentrum. Zij weigerden ooit schitterend antiek meubilair uit mijn schuur te tillen. Het staat er nu nog steeds.
Terwijl ik aan de bus voorbij liep, zag ik dat ze een woning aan het leeghalen waren. Bij de deur stond een man in een lange zwarte jas. In zijn handen had hij een leren map. Ik zag in hem een gewetensloze deurwaarder. Hij keek zwijgend toe hoe de mannen van het kringloopcentrum dozen uit het huis sjouwden.
Lopende ter hoogte van het Werenfriedplein viel mijn oog op de flats waar bouwvakkers op hoge steigers het metselwerk aan het renoveren waren.
Aan een bouwkeet hing een bord.
‘Hans is niet zo snel maar Thomas is er wel. Gefeliciteerd.’
Me dunkt dat het bouwvakker Hans met z'n discutabele werkethos vader is geworden van een zoon. Een andere verklaring zou ik zo een-twee-drie ook niet weten.
Voorbij het Werenfriedplein betrad ik het winkelcentrum. Daar nam ik verder niets opmerkelijks waar.
Bij thuiskomst stelde ik met genoegen vast dat ik de verwarming verzuimd had lager te zetten. Mijn oren begonnen te gloeien. Ik weet van horen zeggen dat ze op die momenten diep rood kleuren. Boeien.
Al met al had ik weer heel wat meegemaakt voor een wandeling van nog geen 500 meter.
Het zal wel met mijn scherpe waarnemingsvermogen te maken hebben denk ik dan.
Het magazine ontgaat gewoonweg niets.